Speltheorie
Mijn tuin is mijn speelveld. Elk seizoen lente-zomer-herfst is als een toernooi van aaneengeschakelde ‘kampen’. Als iets lukt zoals vooropgezet, victorie! Maar soms, ai, nederlaag. Of iets draait anders uit dan bedoeld en vaak genoeg zijn deze verrassingen meevallers: hoe het toeval ons ontdekkingen aan de hand doet. Natuurlijk, we leggen onze tuinkaarten met incomplete informatie en beperkte controle. Het klimaat en het weer kunnen als honden in een kegelspel alle plannen in de war sturen. Het doet ons spelen op twee niveaus: elk kamp op zich, en overkoepelend het uitdagende metaspel ‘naar best vermogen omgaan met onverwachte wendingen’.
Wie zei nu ook alweer: “Het is niet de sterkste soort die overleeft, noch de meest intelligente. Het is de soort die zich het best aanpast aan verandering.”? Ik zocht het op. Het is niet Charles Darwin, ook al wordt het meestal verkeerdelijk aan hem toegeschreven waarschijnlijk omdat de quote geïnspireerd is op zijn werk ‘Origin of Species’. Maar de woorden kwamen uit de mond van business professor Leon C. Megginson. (https://www.darwinproject.ac.uk/people/about-darwin/six-things-darwin-never-said/evolution-misquotation)
De weergoden vallen buiten mijn controle. Ik doe mijn best om mijn tuin doorheen alle seizoenen te loodsen ongeacht hoe vuil, euh, droog, nat, koud of heet het spel wordt gespeeld.
Een persoonlijke set spelregels
Wat buiten mijn invloed valt even buiten beschouwing gelaten, er zijn een aantal spelregels die ik mezelf heb opgelegd.
Mijn verboden:
- Geen grastapijt. De reden is eenvoudig en zeer persoonlijk: ik ben allergisch voor grassen. Wanneer de buren hun gras maaien, moet ik maken dat ik binnen ben met de ramen gesloten of anders ben ik een aantal uren zoet met onafgebroken niezen en snuiten. Geen verrassing dus dat ik in mijn tuin géén gras wil dat ik wekelijks zou moeten kortwieken. Een ‘déjeuner sur l’herbe’ is alleen aan mij besteed als een zeer groot en dik picknick-deken mij op voldoende veilige afstand houdt van elke spriet gras.
- Geen gif. Ik wil duurzaam tuinieren met respect voor de gezondheid van andere wezens. Het risico is te groot dat een deel van dat gif ergens anders terecht komt dan waar het voor bedoeld is en dood en verderf zaait onder bijvoorbeeld vogels of honingbijen. Je weet misschien waar je het gif initieel strooit of spuit, maar niet waar het finaal eindigt en daar onbedoelde slachtoffers maakt.
- Geen drinkwater. Planten gieten mag enkel met opgevangen regenwater. Duurzaam tuinieren betekent voor mij spaarzaam omgaan met de beschikbare middelen. De afgelopen jaren hebben me geleerd dat onze watertafel geen onuitputtelijke bron is. Water is kostbaar.
Mijn geboden:
Ik ga in mijn tuin voor dat wat ik nuttig vind. Mijn nuttig betekent dat het voldoet aan een van volgende criteria: mooi, aromatisch, lekker, plezierig, avontuurlijk en/of duurzaam.
Toen ik met mijn tuin begon, voldeed elk perk eenvoudig aan één criterium: mooie bloemen om naar te kijken of boeketten mee te verrijken, aromatische kruiden om mee te koken, lekkere groenten voor op tafel en kleinfruit om van te snoepen. Dat breidde zich uit van plantenrijk naar dierenrijk: een vogeldrinkschaal om vogels vrolijk in te zien badderen en enkele bijenhotels voor solitaire bijen. Want de afgelopen jaren zoemen er bij ons opvallend minder bijen rond dan voorheen en dat heeft zo zijn nadelig effect op de bestuiving van àlle bloemen. Mijn bijenhotels zijn mijn bescheiden bijdrage om onze bestuivers te helpen. En hopelijk zoemen ze dan volgende lente eerst wat in mijn tuin rond, van bloem tot bloem in mijn groenten- en fruitperken, voor ze andere oorden opzoeken.
Eetbare bloemen
Over de jaren heen, als het ware als een hoger spellevel, is het extra leuk om over te gaan naar planten die voldoen aan verschillende criteria tegelijk.
Rode wondklaver is er zo een. Het is een mooi plantje en de bloementrossen trekken bijen en libellen aan. De eetbare blaadjes en bloemen kunnen zo in een salade. Of ik kan van de bloemen een kruidenthee trekken.
De Oost-Indische kers is een andere. De ronde blaadjes en kleurrijke bloemen fleuren een zomerse salade mooi op en geven een peperachtige smaak vergelijkbaar met tuinkers. De zaden op het juiste tijdstip geoogst, kan ik inmaken en gebruiken als pseudo-kappertjes.
De veelzijdigheid van de goudsbloem heb ik het afgelopen seizoen ‘ontdekt’. Het zijn vrolijke bloemen. Ze houden mieren op afstand; wat niet echt hoeft te verwonderen want in goudsbloemen zit de stof pyretrine die gebruikt wordt in insectenwerende middelen. De bloemblaadjes kan ik gebruiken om rijst, vis en vleessoepen een saffraankleur en een iets scherpere smaak te geven. Goudsbloemthee is ook mogelijk. Maar dit seizoen gaf het me de grootste voldoening om er goudsbloembalsem mee te maken. Ik citeer uit het hoofdstuk ‘medicinaal gebruik’: “Goudsbloem wordt vanwege de antiseptische, ontstekingswerende, wondhelende, samentrekkende en verzachtende eigenschappen al eeuwenlang uitwendig gebruikt tegen allerlei huidaandoeningen zoals schaafwonden, (…) zonnebrand, brandwonden, ruwe en schrale huid, (…) en eelt.” Ik smeer met veel plezier de balsem op al mijn in de tuin opgelopen huidkwetsuurtjes. En het werkt inderdaad!
Het blijft natuurlijk oppassen als je begint te gaan voor eetbare bloemen. Want niet àlle bloemen zijn eetbaar. Mijn jongste neefje had dat vorig seizoen verkeerd begrepen en wou proeven van enkele niet-eetbare bloemen. Gelukkig zag ik dat op tijd met dank aan ons beider bewaarengelen. “Maar alle bloemen in je tuin zijn toch eetbaar?” Neen, dus. Sómmige bloemen in mijn tuin zijn eetbaar maar dat mag zeker niet geëxtrapoleerd worden naar ‘allemaal’. Voor de veiligheid heb ik nu de twee zones in mijn tuin afgebakend en krijgt elke bezoeker duidelijk uitgelegd waar de grens ligt tussen de zone met eetbare bloemen en planten en de zone met niet eetbare.
Duurzamer, klimaat- en milieubewuster door het huis-tuin-en-keuken leven
Mijn spelregels zijn niet gebeiteld in steen. En één regel die verandert, kan het hele spel een heel andere uitkomst geven. Zo blijft het uitdagend. Ik kan me niet direct voorstellen dat de criteria mooi en lekker ooit vervallen, maar wel dat er regels wijzigen om verder te groeien in het duurzaam tuinieren.
Om met plezier en vol avontuur klimaat- en milieubewuster door het huis-tuin-en-keuken leven te gaan.